Schaatsenfabrikant Co Lassche 1948-1955
Inleiding
Auteur Bert Lassche
(mei 2017)
Jacobus Johannes (Co) Lassche werd geboren op 15 november 1919. Voor de oorlog experimenteerde hij al met het maken van metalen schaatsen in Nieuwendam en reeds op 18-jarige leeftijd schaatste hij op zelfgemaakte schaatsen, die hij uitprobeerde op de Schellingwouderbreek. In 1945 verhuisde hij naar Durgerdam waar hij serieus begon met het maken van schaatsen.
Niemand kon toen nog vermoeden dat die schaats van Co Lassche later zou uitgroeien tot de wereldberoemde ‘Vikingschaats’, waar onze jongens zoals Ard en Keesie en vele anderen wereldtijden op reden.
Co was de grondlegger van het merk 'Viking'.
Zaagbladenstaal en biscuitblik
Kort na de oorlog - waarin Co Lassche het slecht had gehad en via het ‘Verzet’ in Duitse strafkampen terecht kwam, waaronder het laatste Kamp Essen, dat ook werd gebombardeerd - is het allemaal begonnen in een keldertje van een woning aan het IJsselmeer in het prachtige dijkdorpje Durgerdam onder de rook van Amsterdam.
Daar werden de eerste stalen ‘Noren’ met de hand gemaakt van ‘Welfare’ biscuitblikken, omdat beter materiaal hem toen nog niet voor handen was.
Deze stevige blikken waren o.a. gebruikt voor voedsel-droppings tegen het einde van de tweede wereldoorlog.
Co Lassche, koperslager van beroep bij scheepswerf ’t Kromhout’ in Amsterdam-Oost, haalde bij de firma Griep, een levensmiddelenbedrijf uit Nieuwendam, lege Welfare-biscuitblikken, waar hij huishoudelijke artikelen van fabriceerde, zoals bv. oliekannen, waterketels en krulspelden.
Met die eigenhandig gemaakte artikelen aan een touwtje om zijn nek ging hij de boer op om ze te verkopen.
Ditzelfde blik gebruikte hij ook om zich verder te ontwikkelen in het maken van schaatsen.
Voor glijstaal of schenkel gebruikte Co zaagbladen, die zijn vrouw (mijn moeder) kocht bij de firma ‘Tools’, een zaak in de Amsterdamse Warmoesstraat. De klinknagels betrok hij van de firma ‘Otto’ aan de Nieuwendammerdijk.
Op deze eerste schaatsen klonk hij nog gewone schoenen, waarmee hij samen met mijn moeder veel bekijks had, toen zij deze zelfgemaakte schaatsen op de ‘Schellingwouder Breek’ voor het eerst gingen uitproberen.
In 1947-1948 maakte Co Lassche een stalen noor met de modelnaam Champion. De schenkel of het glij-ijzer is van zaagbladen gemaakt. De vertanding is weggewerkt in de buis.
Gewogen en te licht bevonden
Theo van Meurs, de zwager van Co, is in die tijd met schaatsen van Co verscheidene sportzaken af geweest, waaronder Leo van der Kar, J. Neef, Itterson, Bertam in de Raadhuisstraat en niet te vergeten Sportmagazijn Eilers & Co. in de Kalverstraat, om zijn schaats aan de man te brengen.
Doch niemand kende hem en al snel hoorde Co van Eilers, die overigens zeer enthousiast was over zijn schaats, dat hij maar eens naar de bekende schaatsenrijder Jaap Havekotte moest gaan om van hem eerst het certificaat van deugdelijkheid in ontvangst te nemen.
Eilers gaf hem het adres en zo klopte Co op Sinterklaasavond 1947 ‘bij wijze van surprise’ aan bij de familie J. Havekotte in Amsterdam.
Deze bekeek de schaatsen grondig en kwam tot de conclusie, dat ze van te licht materiaal waren gemaakt, maar dat de maker desondanks een eerste klas vakman moest zijn. ‘Hij kon het. Dat zag ik direct’, aldus Havekotte in het weekblad Sportief van 7 januari 1949. J. Havekotte was er weg van en wilde graag met mijn vader samenwerken.
Co maakte van goed materiaal 25 paar schaatsen zonder merknaam - met stalen voetplaten en naadloze potten of kegels (waarvan ik de matrijzen heb teruggevonden in de kelder) - en heeft deze ter verkoop aan Havekotte aangeboden. Deze wilde ze graag kopen, als hij daarbij wel het ‘alleenrecht van verkoop’ zou verkrijgen. Dat was natuurlijk prachtig voor Co, die in de toen al bekende J. Havekotte zijn vaste afnemer had gevonden.
Als warme broodjes
In de Jaarbeurs in Utrecht werd kort daarop een tentoonstelling gehouden. Jaap Havekotte stelde Leo van der Kar voor om een gedeelte van diens stand te huren om zo die schaatsen van Co aan de man te brengen. Van der Kar hield de zaken liever in eigen hand, stelde voor om zelf de schaatsen ter verkoop aan te bieden en kon na de beurs melden dat hij maar liefst 340 paar had verkocht! Deze moesten nog wel even gemaakt worden en dit was voor Havekotte, die timmerman was van beroep en in bezit was van een zeilschool, het signaal om zich volledig op de fabricage van schaatsen te storten.
Co, die nog wat schoorvoetend was, werd overgehaald om ook bij zijn werknemer ’t Kromhout’ ontslag te nemen. Hij deed dat in etappes en werd pas fulltime schaatsenmaker toen de ene order na de andere bleef binnenkomen. Zo kwam in februari 1948 het compagnonschap tot stand.
Tip de Bruin, de geschiedschrijver van Amsterdam en omgeving en ooit een klasgenoot geweest van Co Lassche, schreef later hierover in een nostalgisch krantenartikel: ‘Tijdens deze proefnemingen liep hij tegen de oud-schaatsenrijder J. Havekotte aan, die alles over schaatsen wist, maar ze niet kon maken’.
Samen sterk
Co en Jaap zijn dus samen doorgegaan om hun product op grotere schaal te fabriceren en aan de man te brengen. Co maakte de schaatsen en ome Jaap was er voor het zakelijke gedeelte: hij bracht het startkapitaal van f 5510,-- in, waarvan f 2500,-- was geleend van schaatsvriend Arie Bestebreurtje en hij leidde de verkoop van de schaatsen.
Naast het startkapitaal werden er nog vier leningen afgesloten bij particulieren, met een totaal bedrag van f 3005,--. Eén van deze tijdelijke geldschieters was J. Punt, Westlandgracht 217 te Amsterdam met een bedrag van f 2000,-- Ook kreeg men nog een voorschot van f 1400,-- van de allereerste afnemer, de fa. Sport Engros te Amsterdam. Deze aanbetaling was goed voor 31 paar Vikingschaatsen.
Deze eerste afnemer had beslist een streepje voor boven de anderen. Zo betaalde Sport Engros bv. voor een paar Viking-1 schaatsen t.w.v. f 57,50 slechts f 45,--. De sportzaken Neef en Eilers moesten daarentegen voor dezelfde schaatsen f 51,75 betalen. Tevens werden er orders geplaatst voor schaatsen zonder schoenen en ook losse schoenen werden geleverd.
Het was moeilijk, om een goede schaatsschoen te bemachtigen. Men ging altijd uit van een gewone schoen. De krachten echter, die op de schaatsschoen worden uitgeoefend zijn behalve verticaal, in grote mate ook overdwars. Tegen dit zogenaamde ‘zwikken’ moest je een goede schoen hebben.
Inmiddels hadden Co en Jaap in de fa. Hedon en vanaf maart 1949 ook in de fa. Rosmalen hun schaatsschoenfabrikanten gevonden. Later werd de schaatsschoen aangepast. Op de Noorse schaats ‘Ballangrud’ was een goede schoen gemonteerd en Havekotte was degene, die van deze schoen een gipsafdruk maakte en dit model verder heeft uitgewerkt tot een goede en zo belangrijke schaatsschoen.
Noors of niet?
Op 11 februari 1948 startte Co en Jaap de werkplaats in de Gerard Doustraat 226 te Amsterdam (Z), dat ze kochten voor f 5400,-- met als eerste personeelslid de hr. Henk Schaap. In augustus t/m december kwamen er nog vier man bij, nl. de heren Reiff, Eisinga, Groskamp en eind dec. kwam nog de 5e man in dienst. Begin 1949 begon de werkplaats in de Gerard Doustraat met zeven man personeel al aardig te lijken op een grote schaatsenfabriek en later kwam daar nog de tweede fabriek bij in de 3e Oosterparkstraat 125 Amsterdam(O). Een bijkantoor bleek ook nodig en wel aan de Centuurbaan met postgiro 369091 bij de Amsterdamse Bank nv. Ook werd er wegens ruimtegebrek later nog een derde pandje in de 2e Oosterparkstraat gekocht. Tot 1955 is de fabriek in de Gerard Doustraat nog in gebruik geweest.
Daarbij werd de werkplaats in de kelder te Durgerdam ook nog aangehouden. Ze waren samen nog maar een jaar bezig, maar ze werkten dan ook als paarden. Co had zelf de voetplaatstempels gemaakt en mogelijk ook stempels voor de buis en het neusstukje. De potten of kegels werden toen nog met de hand geslagen, zelfs tot in de Oosterparkstraat. Het eerste model ‘Viking’ schaats dat op de markt werd gebracht, is verschenen onder de naam: ‘Norsk – Model Skoyter VIKING’ (‘skoyter’ betekent schaatsen en ‘skoyte’ betekent schaats.)
.
De naam Noorse Schaatsenfabriek “Viking” zoals de fabriek in het begin heette, heeft zoveel stof doen opwaaien, dat de Noorse ambassadeur hoogst persoonlijk aan ome Jaap kwam vertellen, dat die naam aangepast moest worden. Het wás geen Noorse fabriek maar een Amsterdamse. De naam veranderde in “Viking” fabriek van Noorse schaatsen, dat kort daarop weer werd gewijzigd in de huidige naam Schaatsenfabriek “Viking”.
Ook het tweede type schaatsen uit die periode met de naam Viking er op, alsmede de namen Havekotte en Lassche, zijn in mijn verzameling aanwezig. Ik heb ze gekregen van Jaap Backer uit Lelystad, een bekend oud-schaatser, die ook heel wat wedstrijden op zijn naam heeft staan.
Het eerste jaar t/m december 1948 is er totaal aan schaatsen 657 paar afgeleverd aan diverse firma’s.
Nog zomaar even wat prijsbewust worden in begin jaren ’50. Men had ‘vaste lasten’, waar men niet onderuit kon.
Bijvoorbeeld:
20 kg poetslappen kostte in 1950 niet minder dan f 18,00;
60 lichtpenningen kostte in 1950 f 72,00 (in 1951 had men 30 penningen voor f 46,50.)
Tovenaar
In het weekblad Sportief van 7 januari 1949 schrijft J. Havekotte dat hij had gezien dat deze Co Lassche op en top een vakman was, die in staat was tot in de puntjes verzorgd werk af te leveren. ‘De jonge kerel, die met ‘biscuitblikschaatsen’ bij Jaap aanbelde, is inderdaad een tovenaar met staal en ijzer’ vermeldde het tijdschrift.
Havekotte vertelde mij meermalen, dat hij zonder Co nooit met de Viking zou zijn begonnen. Toen ik begin 2000 met mijn moeder bij ome Jaap en zijn vrouw op visite was, liet hij me weer weten, dat Co met zijn twee handen meer presteerde dan vier volwassen kerels bij elkaar en daar ben ik best wel een beetje trots op.
Eerste soort
In die eerste tijd in Amsterdam maakten ze vier typen schaatsen: een langebaan-schaats, een tochtenschaats, een speciale schaats voor de 160 meter en een ijshockey-schaats. Vanaf aug. ’50 kwam daar nog de Viking Stavast bij. Dat was een kinderschaats met dubbele ijzers, waarbij de ijzers in tegenstelling tot andere schaatsen, dicht naast elkaar waren gemonteerd, zodat het voor de ‘geoefende rijder’ mogelijk was om ook op één ijzer te rijden.
Op de doos stond het volgende:
Met ‘Viking Stavast’, van vallen geen last.
Op mij niet alleen ‘glijden ’, maar als de grote mensen ‘rijden’.
In de wintercatalogus van de sportzaak Carl Denig voor 1950-1951 staat onder het kopje ‘Noorse raceschaatsen’ o.a.:
Volgens Havekotte heeft Carl Denig in 1950-1951 de Viking-schaats onder de prijs aangeboden.
De juiste toen vastgestelde prijs voor de Viking 1e soort was f 86,00 gulden.
Enkele bekende afnemers en leveranciers uit die eerst periode waren de volgende:
Afnemers |
|
Leveranciers |
|
Sport Engros |
Amsterdam |
Jacob’s IJzerhandel |
|
Carl Denig |
Amsterdam |
Robert Zapp |
Edelstaal / slijpschijven vlakbij de |
Leo vd Kar |
Amsteram |
|
G. Doustraat |
W.H. Eilers en Co |
Amsterdam |
nv. Handelmij. Dinteloo J.T. |
fiberborstels |
G.L. v Iterson |
Amsterdam |
Bernet en Co. |
gepolijste platen |
J. Neef |
Amsterdam |
Hedon |
sportschoenen. ( 50 pr. voor f 748,40) |
fa. Verduin |
Amsterdam |
R.J. Bronn |
30 pr. schoenen (éénmalig) voor f 800,= |
fa. C.G. Sieben en Co |
Amsterdam |
Ja-di schoenenfabriek. |
10 pr. f 148,= ; 63 pr. voor f 802,= |
fa. T. Boot |
Purmerend |
fa. Rosmalen |
1 pr. f 13,50 ; 2 pr. f 27,60 > f 25,40 |
The Sport Shop |
Amsterdam |
Zimmer en Zn. |
Harden van schaatsijzers |
Bertram |
Amsterdam |
Minerva |
Chromewerk |
Breuk
Het compagnonschap is jammer genoeg in mei 1952 om persoonlijke redenen alweer tot een einde gekomen. Voor zover ik goed ben ingelicht was de zakelijke kant van Jaap wantrouwig ten opzichte van mijn vader Co, die niet zo zakelijk was en is daardoor de breuk ontstaan. Bij Co stond een mooie schaats nr.1 en niet de financiën, hetgeen bij Havekotte (overleden in 2014) duidelijk anders lag.
Havekotte is naar mijn mening ook altijd een harde werker geweest, waar ik veel respect voor heb en ik heb bemerkt, dat de breuk in het compagnonschap Havekotte pijn deed, wanneer hij erover sprak. Hij is naar mijn mening helaas wel in gebreke gebleven, om mijn vader Co mee te laten delen in de eer, die hijzelf in al die jaren daarna heeft ontvangen en zelfs is geridderd als ‘grondlegger’ van de ‘Viking’, wat niet terecht is. Co was de grondlegger, hij maakte de schaatsen, het was zijn ontwerp en naam, maar is slechts 46 jaar geworden.
Omdat Jaap moeilijk alleen verder kon, heeft Co ook na de breuk in zijn eigen bedrijf nog werk voor Havekotte geleverd o.a. in de vorm van het maken van schaatskegels (potjes) en de buizen.
Groot rood vliegwiel
Na het uiteenvallen van het samenwerkingsverband in 1952, waarbij Havekotte per se de naam ‘Viking’ wilde aanhouden, is Co alleen verder gegaan en in die kleine kelder te Durgerdam is toen een echt fabriekje ontstaan.
Op de voorgevel van ons houten huis, waar mijn moeder tot in 2004 woonachtig was, heeft mijn vader in die tijd eigenhandig op een groot wit vlak de tekst geschilderd: ‘Schaatsen Fabriek Jac. J. Lassche Tel. K2904 229’.
In het midden stond de welbekende ‘Viking’-schaatsenrijder als logo afgebeeld. (foto is in mijn bezit)
Daar kwam hij ook in het bezit van een pers, in mijn kinderogen een machtige machine met een groot rood vliegwiel, om de buizen, potten en voetplaten e.d. te slaan.
Deze pers was aangekocht met geld van Leo van der Kar, die hem sponsorde. Zonder deze machine had Co nooit op grote schaal de kwaliteitsschaatsen kunnen maken die uit zijn handen kwamen.
Daarbij was hij in bezit van een smidse, polijstmachine, zuur- tin en chroombad en diverse andere gereedschappen. Mijn moeder heeft in die tijd ook heel veel schoenen op de schaatsen geklonken.
Vanaf die periode heeft Co Lassche dus weer schaatsen in eigen beheer gemaakt.
Weggevertjes
Diverse goede schaatsenrijders uit zijn omgeving gaf hij gratis een paar schaatsen, waarmee zij de wedstrijden moesten afgaan om prijzen in de wacht te slepen, waardoor hij dan weer meer bekendheid hoopte te krijgen.
Hun schaatsen werden ook gratis door hem geslepen. Chris Wirsing, Piet Westerneng, Klaas Jongh-Visser, Piet Bernhard en anderen waren rijders uit die tijd. Ook ikzelf heb gelukkig nog diverse schaatsen uit die tijd aan mijn verzameling kunnen toevoegen.
Enkele merken van Co waren oa.: Viking, Champion, Winner, Triomfator (niet te verwarren met de latere Triumphator van Nooitgedagt - red.), Hamar als ook Hjälmar, Oslo, “Lassche” Guaranteed en Grudsal.
Dat hij vindingrijk was bewees deze laatste naam wel. De eerste vier letters van Durgerdam en de eerste drie van zijn eigen achternaam Lassche draaide hij om en verbond ze aan elkaar. Zo kreeg hij het anagram GRUD-SAL. Die naam deed wat Noors aan, wat hij wel leuk vond. Van de ‘Champion’ in mijn verzameling, heeft mijn moeder de schoenen nog op de schaatsen geklonken, volgens de toenmalige eigenaar Cor Zoutendijk uit Durgerdam. Hij stond er nl. bij te kijken en wist ook nog te vertellen, dat de vertanding van de zaagbladen in de buizen was weggewerkt. Veel typen schaatsen van mijn vader heb ik inmiddels thuis in mijn verzameling.
Kindernoortjes
Klaas Bording, (ex)lid van de Poolster en familie van de Bordings, die veertien dagen op de ijsschots hadden doorgebracht, kon zich de schaatsenfabriek in Durgerdam nog heel goed herinneren. Hij stond vaak te kijken bij mijn vader, die altijd tijd voor hem had en de nodige uitleg gaf over de schaatsen (Klaas Bording is in augustus 2006 overleden). Co heeft in die periode ook nog ijshockeyschaatsen gemaakt en ook de stempels voor de pers - die hij nodig had om schaatsen in serie te kunnen maken - werden door hemzelf, samen met zijn broer Frans Lassche gemaakt. Deze Frans was stempelmaker van beroep was.
Ome Frans Lassche heeft later in eigen beheer op kleine schaal ook nog schaatsen gemaakt. Deze waren geklonken met vijf grote nagels door de buis en schenkel en voorzien van het merk ‘METEOR’, THE IDEAL SKATE. Ook zijn zwager Theo van Meurs heeft hem later nog geholpen bij de productie van schaatsen.
Onze eerste kindernoortjes heb ik ook nog. Het ene paar heeft kleine met de hand gemaakte potjes onder de voetplaten en de buis is van voren en van achteren wat omhoog gewerkt. Het andere paar heeft potten uit de pers, dus van normale grootte, die eigenlijk te fors zijn voor zulke kleine Noortjes. Daardoor zijn het nu juist wel grappige schaatsjes.
Een typisch kenmerk van mijn vaders schaats uit die eerste tijd was, dat hij de buizen aan de achterkant naar beneden door liet lopen ter versteviging van de achterzijde van de schaats en het glijstaal, de schenkel. De onderzijde van de buis liep achter als het ware in één lijn door, terwijl de bovenzijde naar beneden toe werd verjongd. J. Havekotte jr. past dit model vandaag de dag (2017) nog steeds toe op de huidige ‘Viking’ schaatsen.
Klapschaats
Jaap Havekotte is gelukkig doorgegaan met het maken van schaatsen.
Voorafgaande aan de verhuizing van de fabriek naar de Rijnkade in Weesp, is al in 1980 het kantoor en magazijn overgegaan, waarna in 1982 de fabriek uit Amsterdam volgde en waar J. Havekotte jr. het bedrijf weer voortzette. In augustus 2000 is J. Havekotte jr. een totaal nieuwe onderneming begonnen in Almere.
De “Viking” is nog steeds een wereldmerk en een heel mooie schaats en ook de techniek hiervan gaat met o.a. de Combi-Noor, de Klapschaats en de Nagano nog steeds verder.